Behandelingsmogelijkheden voor MS

Inzichten en behandelingsmogelijkheden bij MS

Er heeft de laatste jaren een grote evolutie plaatsgevonden op het gebied van inzicht in de ziekte MS alsook wat betreft de behandelmethoden. Aanvankelijk kregen patiënten, indien ze al behandeld werden, ofwel interferonen (Betaferon, Avonex, Plegredi, Rebif,…) ofwel glatirameer acetaat (Copaxone). Indien het ene medicament onvoldoende effectief was, werd overgestapt naar een ander. Bovendien was er jarenlange ervaring met beide soorten op het vlak van behandelduur, behandeleffect en ook de potentiële bijwerkingen waren gekend.

In slechts enkele jaren tijd is het inzicht en het wapenarsenaal op het gebied van MS gigantisch uitgebreid. De teller van de verschillende soorten medicamenten staat inmiddels al op veertien en nu is al geweten dat dit in de komende jaren alleen maar zal toenemen. Het probleem met deze is echter dat ze allemaal relatief nieuw zijn en de ervaring vooral op lange termijn eerder beperkt.

Rondom de diagnosestelling wordt benadrukt dat MS een ‘klinische’ diagnose blijft; het ziekteverloop aan de hand van het verhaal van de patiënt is tot op de dag van vandaag nog steeds leidend (spreiding van de ontstekingsprocessen over de tijd en over de plaats in het zenuwstelsel). Tijdens het stellen van de diagnose worden vooral MRI’s gedaan ter uitsluiting van alternatieve klachten. Maar een MRI in combinatie van het bijpassende verhaal van de patiënt, is per definitieve onvoldoende om de diagnose op dat moment te mogen stellen. Er wordt onderzoek gedaan naar de biomarkers voor MS; dit zijn stoffen in het bloed en/of hersenvocht waarmee de diagnose, het verloop van de ziekte, alsook het behandeleffect van een bepaald medicament nauwkeurig kan worden bepaald.

De grootste verandering in vergelijking met vroeger is dat men nu niet meer afwacht en het natuurlijk beloop van de ziekte observeert. Vroeger werd medicatie maar overwogen wanneer er sprake was van ‘actieve’ ziekte en men twee keer per jaar een opflakkering van de ziekte kende. Zelfs dan nog… Kortom “niet behandelen, tenzij…” De huidige inzichten zeggen dat er moet worden opgestapt van ‘actieve of inactieve’ ziekte. Hoewel patiënten wellicht geen actieve opflakkering bemerken, kan er radiologisch nog altijd ziekteactiviteit zijn (ontstekingshaarden). Deze subklinische opflakkeringen zijn wel degelijk van invloed op zenuw- of hersenschade op lange termijn. MS wordt daarom langzamerhand niet meer beschouwd als een ontstekingsziekte met af en toe opflakkeringen gevolgd door perioden van verbetering of stabiele ziektefase, de zogenaamde relapsing remitting. MS wordt actueel beschouwd als een geleidelijk proces waarbij over de tijd steeds meer zenuwen beschadigd worden. Circa 40 % van de zenuwen zou over het leven verloren gaan of kunnen gaan. Vroeg behandelen, of men nu opflakkeringen heeft of niet, voorkomt dit verval en zou daarom het ziekteverloop uitgespreid over vele jaren kunnen doen remmen. Kortom: ‘actief behandelen, tenzij….’!

Daarnaast is gebleken dat patiënten met MS veel vaker cardiovasculaire risicofactoren hebben dan ‘gezonde leeftijdsgenoten’. Aandacht voor de secundaire preventie (o.a. regelmatige controle van de bloedsuiker, de bloeddruk en cholesterol) is juist voor patiënten met MS belangrijk. Problemen op latere termijn kunnen hiermee potentieel worden voorkomen: beroertes, hartinfarcten etc.

Een belangrijke vraag is uiteraard: welk medicament gestart dient te worden? Vele MS experts zijn het hier nog niet over eens. Complete gegevens zijn wel gekend voor wat de oudere medicatie betreft als er zijn de interferonen en glatirameer acetaat. Er is geweten dat de bijwerkingen van dit soort medicamenten relatief mild is ten opzichte van de nieuwere, zeker wanneer geweten is dat deze medicamenten potentieel jarenlang gebruikt worden. Anderzijds zijn er MS experts die ervoor te vinden zijn ‘nieuwere medicamenten’ eerder te starten dan de ‘gebruikelijke’. De keuze hangt in dit geval af van de ervaring van de behandelen arts, het geslacht van de patiënt, de leeftijd, de verdere gezondheid en zo voorts. Nieuwere medicamenten zijn vele malen duurder, hebben doorgaans zwaardere bijwerkingen (zeker na langdurig gebruik) en er is verder ook niet geweten wat het effect van deze medicamenten op langere termijn met de gezondheid zal zijn. Keuzes worden op dit moment gemaakt op basis van individuele factoren en voorkeuren. Over één gegeven is iedereen het echter eens: vooralsnog zijn er geen medicamenten die patiënten van MS kunnen genezen…

BRON: Dr. Jan-Dirk Vermeij

Centrum voor Neurologie Hasselt

Sint-Franciscusziekenhuis Heusden-Zolder

Lidwina Nieuwsbrief winter 2019